In dit artikel worden vijf tekeningen van de Nederlandse schilder Pieter Quast (c. 1606–1647) uit de collectie van het State Hermitage Museum beschreven. De bladen zijn nooit eerder gepubliceerd. Ze zijn uitgevoerd in de voor de kunstenaar kenmerkende techniek: met zwart krijt op perkament. Sommige bladen zijn gesigneerd en gedateerd. Ze stammen uit drie verschillende verzamelingen. Vier van de tekeningen kwamen al in de 18 e eeuw in het bezit van het museum en één werd pas in 1972 aangekocht. Het gevarieerde oeuvre van de grotendeelsonbekende kunstenaar is in museale en particuliere collecties vooral vertegenwoordigd door grafisch materiaal, waaronder talrijke tekeningen. De voorkeur van de meester voor tekenen lijkt ook te zijn aangewakkerd door zijn slechte financiële situatie. Over de biografie van Quast is slechts weinig bekend enuit gepubliceerd archiefmateriaal wordt zijn complexe loopbaanduidelijk. Een studie van zijn werken uit de collectie van de Hermitagebevestigtdat hij de maker is en ze geeft aanleiding tot speculatie over de onderwerpen. De thema’s die hij kiest zijn onlosmakelijk verbonden met de picturale traditie. Hij is geïnteresseerd in 16 e eeuwse schilders, in het bijzonder Pieter Bruegel de Oude. Maar hij wendt zich ook tot het werk van zijn tijdgenoten als Adriaen Brouwer, Adriaen van Ostade en anderen. Een belangrijke inspiratiebron voor hem waren theatervoorstellingen: zowel bijbelse iconografie als volkse komische schetsen. In dit artikel worden zijn tekeningen zowel qua iconografie als qua formele en stilistische methodologie geanalyseerd. Er wordt een vergelijkende analyse toegepast, de tekeningen worden vergeleken met andere, beroemde werken van de kunstenaar
In dit artikel worden drie tekeningen van Nederlandse schilder Cornelis Moninckx (1623–1666) uit de collectie van de Hermitage beschreven. De bladen, die hier voor het eerst gepubliceerd worden, zijn afkomstig uit drie verschillende collecties die een belangrijk onderdeel vormen van de verzamelingen van het museum. Ze zijn uitgevoerd een kenmerkende techniek: met zwart krijt op perkament. Twee tekeningen zijn gesigneerd door Moninckx zelf. Een ander blad wordt door de auteur van dit artikel op basis van de stilistische kenmerken toegeschreven aan het werk van Cornelis Moninckx. Van zijn oeuvre is niet veel bewaardgebleven: een corpus genretekeningen, een paar gravures en een beeldhouwwerkproject. Drie volledig afgewerkte bladen op groot formaat uit de Hermitage breiden het bekende veld van zijn werken aanzienlijk uit. Dit onderzoek van Moninckx’ werken uit de Hermitage geeft aanleiding om na te denken over mogelijke interpretaties van zijn onderwerpen. De thema’s zijn onlosmakelijk verbonden met visuele traditie en volkse humor. Moninckx richtte zich op het werk van zestiende-eeuwse meesters, met name Pieter Bruegel de Oude. Ook toonde hij belangstelling voor zijn tijdgenoten zoalsAdriaen Brouwer, Adriaen van Ostade. In dit artikel worden zijn tekeningen zowel iconografisch als qua vorm en stilistiek onderzocht. Er wordt een vergelijkende analyse toegepast en de werken worden in een kader geplaatst met andere bekende werken van de kunstenaar